De Woningbouwwet (“Wet Breyne”) werd in het leven geroepen om de kandidaat-koper en/of kandidaat-bouwheer van een nog te bouwen of in aanbouw zijnde woning te beschermen. De koper of bouwheer van een in aanbouw zijnde woning wordt immers geconfronteerd met verschillende risico’s: onvolledige informatie, een foute uitvoering van de bouw, risico op insolvabiliteit van de aannemer(s),…
De te bouwen woning moet niet uitsluitend, maar wel hoofdzakelijk voor huisvesting bestemd worden.
De bescherming komt vooral tot uiting op het vlak van de duidelijkheid en volledigheid van het contract. De regels die beschreven staan in de Wet Breyne zijn grotendeels van dwingend recht. Partijen kunnen niet contractueel afwijken van deze regels.